.

De Schatbewaarders: Jan Pieter Lanooy bij de Nederlandse Bachvereniging

Over de reeks De Schatbewaarders

Wie zorgt er voor het archief? Een groeiende trend in de podiumkunsten is de opkomst (of terugkeer) van archivarissen bij gezelschappen, orkesten en festivals. Podiumkunst.net ging in gesprek met deze ‘schatbewaarders’. Wie zijn ze, wat doen ze en waarom zijn ze zo belangrijk? In dit artikel spreekt Guido Jansen met Jan Pieter Lanooy van de Nederlandse Bachvereniging.

Jan Pieter Lanooy door Salih Kilic. Utrecht, 2023.

Wie ben je? En wat voor opleiding heb je gedaan?

Ik ben Jan Pieter Lanooy en ik werk sinds 2019 voor de Nederlandse Bachvereniging, drie dagen per week. Ik ben begonnen als kantoorassistent, een soort manusje van alles, waar het archief ook onder viel. Er was toen al een besef dat we met het archief bezig moeten zijn, want de Bachvereniging was al bijna 100 jaar [red. waar een tijdlijn van gemaakt is]. Tot die tijd was het archief er wel, maar stond het ‘ergens in de opslag’ en werd er niet zoveel mee gedaan. Een jaar later ben ik ook aan de muziekbibliotheek gaan werken waar ik de bladmuziek voorbereid voor komende opvoeringen. 

Ik heb muziekwetenschap gestudeerd en geschiedenis in Leiden en Utrecht en ik heb ook het conservatorium gedaan, waar ik ben afgestudeerd in orgel. Dus ik ben zeer muzikaal georiënteerd. Bij muziekwetenschap was er de mogelijkheid om stage te lopen bij de Bachvereniging en die heb ik aangegrepen. En ik ben ook nog organist in een kerk in Amsterdam. 

Ik ben altijd wel geïnteresseerd geweest in de combinatie van muziek en cultuur. En ik wilde altijd al bij een muziekorganisatie werken omdat je dan toch heel dicht bij het vuur zit. Ik vind het leuk om mee te werken aan producties en die mogelijk te maken. Als speler is er ook niks fijner dan dat het gewoon goed geregeld wordt en dat er allerlei mensen achter de schermen werken om die producties mogelijk te maken.

En op welke manier draag jij bij vanuit het archief?

Ik moet de bladmuziek ruim van tevoren klaar hebben liggen, zodat de musici de tijd hebben om de muziek in te studeren. Ik werk dan ook vaak één à twee seizoenen vooruit. Van de artistiek medewerker ontvang ik dan een lijst met stukken die we gaan uitvoeren, en ik bereid die voor door te zoeken naar geschikte bladmuziekedities, deze te bestellen en gebruiksklaar te maken voor projecten. Wat ik de leukste uitdaging vind, is een verzoek om onbekende muziek. Dan ga ik op zoek naar de manuscripten, online of fysiek, en zet ik die over naar modern notenschrift. Daar heb je dus ook muzikale kennis voor nodig.

We hebben een uitgebreide muziekbibliotheek, meer dan 400 dozen met bladmuziek van de afgelopen decennia. En we maken daar vaak gebruik van. Uiteraard voor onze jaarlijkse Matthäus Passion, maar ook voor andere composities. En er komt ook nog nieuwe muziek bij, we hebben een groeiende catalogus waar ik voor verantwoordelijk ben.

Archief Nederlandse Bachvereniging door Salih Kilic. Utrecht, 2023.

Naast de muziekbibliotheek, dat je een archief zou kunnen noemen, hebben we ook het archief van de vereniging zelf. Daarover zijn we nu in gesprek met het Nederlands Muziek Instituut (NMI) om een deel daarvan aan hen over te dragen. Samen met Philomeen Lelieveldt van het NMI ben ik aan het bedenken wat voor ons belangrijk is om te bewaren, en wat voor hen interessant is. Zoals bijvoorbeeld notulen van vergaderingen, want daarin zijn beslissingen vastgelegd. Foto’s van belangrijke personen en momenten zijn ook waardevol om duurzaam te bewaren. Onze programmaboekjes houden we zelf, want die heeft het NMI al.

Het doel is om het archief zo toegankelijk mogelijk te maken. Voor mezelf, maar ook voor anderen. En het is belangrijk om mensen daarvoor in te zetten.

Je bent niet als archivaris opgeleid. Is het dan een natuurlijk talent?

Ik ben veel met de juiste mensen aan het sparren. Met een collega die hier wel een goede kijk op heeft, of de gesprekken die ik voer met Philomeen. De grootste uitdaging als archivaris is denk ik: we hebben zoveel, hoe moet ik dat nu geordend houden? Daar praat ik dus veel over met mensen. En het antwoord is soms ook: harde keuzes maken. Over wat je wel en niet bewaard. En ook dat doe ik in gesprek. Je moet zeker niet overhaast te werk gaan, je moet voorzichtig zijn met de keuzes die je maakt.

Ik heb ook gesproken met mensen van andere archieven, zoals het Nederlands Kamerkoor. Hoe doen jullie het nou? Wat bewaren jullie, hoe ordenen jullie, wat is jullie werkwijze? Dat is heel leerzaam om over te praten. Maar tegelijkertijd merk je ook dat het per archief ook echt verschillend is. En dat maakt het soms wel een beetje complex. 

Archief Nederlandse Bachvereniging door Salih Kilic. Utrecht, 2023.

Soms krijg ik vragen van mensen over iets in ons archief. En soms kan je die vraag niet beantwoorden, maar wil je dat wel. Ik heb alles hier, dus het moet ergens liggen. Maar door omstandigheden kan iets ook verloren zijn geraakt. Dat is jammer, en dat moet je dan maar accepteren. Er is heel veel ander materiaal dat wel bewaard is gebleven.

Muziekwetenschap, geschiedenis én conservatorium: waar komen deze werelden samen in wat je nu voor de Bachvereniging doet?

De Nederlandse Bachvereniging is begonnen als gezelligheidsvereniging in 1921. Het is van een groep amateurs uitgegroeid tot een gerenommeerd barokgezelschap, en het is heel mooi om dat terug te zien in de ontwikkeling van de programmering, die je kunt reconstrueren via de programmaboekjes die we nog hebben. 

Door bepaalde keuzes die zijn gemaakt is de Bachvereniging geworden tot wat het nu is. Dat vind ik wel heel bijzonder. Ik kwam bijvoorbeeld in het archief tegen dat de vereniging eens een project heeft gedaan met Albert Schweitzer. Ik zag briefwisselingen tussen de vereniging en zijn secretaresse. Dat is natuurlijk heel bijzonder dat je met zo’n bekende persoonlijkheid heb samengewerkt. En ik vond ook nog correspondentie met de koninklijke familie, van destijds Koningin Wilhelmina en Prins Claus toen zij beschermheer en ‘vrouw waren van de vereniging. 

Het archief is de belichaming van de organisatie. Het is de identiteit van de Nederlandse Bachvereniging. We zijn altijd bezig met het heden en de toekomst vanwege de concerten en de repetities. Maar we moeten niet vergeten wat we allemaal gedaan hebben. Het is bijzonder dat zo’n vereniging als de onze al 100 jaar bestaat.

Je ziet ook de impact van historische gebeurtenissen terug in het archief. Zoals de Tweede Wereldoorlog, toen twee keer de Matthäus Passion niet is doorgegaan, aan het begin en einde van de oorlog. In 1928 voerde de toenmalige dirigent Evert Cornelis de Johannes uit. Ook tijdens de COVID-periode in 2020 en 2021 gingen de uitvoeringen niet door. En je ziet de historische impact ook terug in het ledenkrantje van de vereniging, in het taalgebruik: ‘het zijn spannende tijden’ en ‘ondanks de dreigementen proberen we er het beste van te maken’. 

Archief Nederlandse Bachvereniging door Salih Kilic. Utrecht, 2023.

Heb je nog een handige tip?

Wees vooral niet te voorzichtig met dingen. Houd het archief altijd behapbaar voor jezelf. Je hoeft niet alles te bewaren, maar probeer echt keuzes te maken in van wat nou echt waardevol is om te bewaren en wat niet.

door Guido Jansen