Hoe maak je een archief of geschiedschrijving van het Nederlands jeugdtheater dat van waarde is voor zowel liefhebbers als professionals? Hoe vertel je het grote verhaal en hoe belicht je zo veel mogelijk aspecten van deze veelzijdige sector? Deze en andere vragen lagen vorige week op tafel op 3 september, in het gesprek Vijftig jaar jeugdtheater in Nederland dat werd georganiseerd tijdens NTF Pro, het verdiepingsprogramma van het Theater Festival 2026. Geïnitieerd door Podiumkunst.net, werd de bijeenkomst goed bezocht, wellicht door de urgentie die in het veld gevoeld wordt: “we moeten de verhalen verzamelen nu ze nog verteld kunnen worden”.
Vlaggenschip
Welke vragen leven er zoal binnen de sector rond het thema archivering? Om daar een beeld van te schetsen laat moderator Lene Grooten een viertal oudgedienden aan het woord. Ieder heeft iets meegebracht dat met de geschiedenis van het Nederlands jeugdtheater te maken heeft, als uitgangspunt voor een breder gesprek.
Sophie Lambo, onlangs gestopt als directeur van jeugdtheater De Krakeling, bijt het spits af met het boek Theater om op te eten, in 2003 gepubliceerd bij het vijfentwintigjarig jubileum van het iconische podium. Het schetst de ontwikkeling van het genre vanaf de jaren ’70, gezien vanuit De Krakeling. Als vlaggenschip van het Nederlands jeugdtheater, essentieel voor de emancipatie van het genre, draagt het podium een verantwoordelijkheid, vindt Lambo. Een digitaal archief langs twee lijnen, enerzijds de ontwikkeling van De Krakeling zelf en anderzijds van het Nederlands jeugdtheater in brede zin, is daarom een goed startpunt. Menskracht en financiering vormen zoals altijd de struikelblokken. De urgentie is echter groot, aldus Lambo: “Je kunt nu nog gebruikmaken van de kennis van de mensen van toen, zo lang die er nog zijn. Het huidige jeugdtheater is schatplichtig aan die generatie.”
Een serieuze studie
Rinus Knobel, tot 2001 artistiek leider van het gezelschap Teneeter, neemt het woord en draagt het begin voor van het stuk Ifigeneia Koningskind van Pauline Mol uit 1989. Een belangwekkend toneelstuk over een vader die zijn dochter wil offeren, en een dochter die zich daarin schikt. Verteld vanuit het perspectief van Het Kind. In regie van Liesbeth Coltof markeerde deze voorstelling een belangrijke stap in de emancipatie van het jeugdtheater. Knobel: “De kunstvorm ontwikkelde lef en durf, ook de grote thema’s uit de wereldliteratuur mochten een plaats hebben.” Knobel pleit voor een promovendus die een serieuze studie zou kunnen doen naar de geschiedenis van het jeugdtheater. Vooral de afgelopen twintig, dertig jaar zijn in zijn ogen niet voldoende serieus en gestructureerd in kaart gebracht.
Reikwijdte
Paulien Geerlings, hoofd dramaturgie en internationale samenwerking bij de Toneelmakerij, volgt na Knobel. De Toneelmakerij is een voortzetting van Huis aan de Amstel en Theatergroep Wederzijds. Het beschikt over de archieven van die gezelschappen en bestaat zelf inmiddels ook al bijna twintig jaar. Geerlings leest samen met dramaturg Nina van Tongeren een deel uit Mirad, een jongen uit Bosnië van Ad De Bont, in 1993 geschreven voor Theatergroep Wederzijds. Dit nog altijd actuele toneelstuk over vluchtelingen is in meer dan negentig talen vertaald, een bewijs van de enorme reikwijdte van het Nederlandse jeugdtheater. Mirad werd bovendien veelal als klassenvoorstelling gespeeld, wat ook weer zorgde voor een breed publieksbereik. De Toneelmakerij borduurt nog steeds door op deze erfenis, en werkt nog steeds dicht op de huid van de tijd.
Geerlings schetst een ideaal van een website zoals die van het Pina Bausch archief om de vele aspecten van het jeugdtheater tastbaar te maken. Een site waarop je bijvoorbeeld alle kostuums van een bepaalde ontwerper kunt opvragen, maar bijvoorbeeld ook de educatieve materialen van een bepaalde voorstelling kunt bekijken. Een website die zowel inspirerend is voor publiek als voor theatermakers.
Rollende sneeuwbal
De laatste spreker is Jetse Batelaan, artistiek leider van het Bossche Theater Artemis. Batelaan ziet geschiedenis als iets dat nooit weg is: alles is een grote kettingreactie, of een rollende sneeuwbal. Prikkelend noemt Batelaan zijn bezoek aan de herneming van de absurdistische mimetheatervoorstelling Café Lehmitz van Theatergroep Carver in 2012. De oorspronkelijke voorstelling in 1991 had hij niet gezien, maar na de herneming zag hij hoeveel invloed die voorstelling indirect, ook via andere makers, op zijn eigen ontwikkeling heeft gehad. Een treffende illustratie van het sneeuwbaleffect.
Theater Artemis bestaat sinds 1990 en staat ook in een lange geschiedenis, met wortels in TeJater TeNeeter en Proloog. Batelaan vindt een archief voor makers en professionals interessant. Maar het publiek draagt ook herinneringen met zich mee, en vaak heel leuke of interessante. Die verhalen van bezoekers kunnen gebruikt worden als een poëtische ingang voor het vormgeven van een archief, benadrukt Batelaan.
Emancipatoire beweging
Het bredere gesprek dat zich hierna ontwikkelt, concentreert zich rond een aantal thema’s. Zo wordt jeugdtheater omschreven als een activistische, emancipatoire beweging, die een reactie formuleert op de status quo van de volwassen wereld. Regisseur Liesbeth Coltof: “Ook dit aspect zou in een toekomstig archief verwerkt moeten worden. Die spirit moet je overeind houden.”
Enkele aanwezigen zien dat er een lacune in de geschiedschrijving lijkt te zijn ontstaan vanaf ergens in de jaren tussen 1990 en 2000. In 1991 werd bij het Theater Instituut het boek Jeugdtheater geen kinderspel (Rob Erenstein) uitgegeven, vertelt schrijfster Anita Twaalfhoven. Het boekje heeft daarna geen vervolg gekregen. Vanaf de jaren 2000 zijn gezelschappen meer jubileumpublicaties en andere terugblikken in eigen beheer gaan uitgeven. Die boeken kunnen goed als bron dienen voor een bredere geschiedschrijving. Grooten spreekt de in de zaal aanwezige jeugdtheaterjournalisten aan om te kijken of ze die grote lijnen van de afgelopen decennia zouden kunnen schetsen in een gezamenlijke publicatie. Ze geven aan hierover te willen nadenken.
De financiering van het archiveren zou een verantwoordelijkheid van de fondsen moeten zijn, vinden enkele aanwezigen. De BIS gezelschappen hebben al een structurele post voor archivering in hun begrotingen opgenomen. Grotere gezelschappen zouden ook kleinere makers die bij hen betrokken zijn kunnen ondersteunen. Maar een sectorbrede oplossing voor dit probleem is nodig. Tot die tijd kunnen makers en gezelschappen in ieder geval naar Podiumkunst.net kijken voor concrete handvatten bij het inrichten van hun archief.
Aan het belang van archivering twijfelen de aanwezigen niet. Sophie Lambo vat het samen in een citaat van de Spaans-Amerikaanse filosoof George Santayana: “Those who cannot remember the past are condemned to repeat it.” Lambo: “Dat klinkt nogal dreigend, maar het betekent dat je niet alleen wijzer, maar vooral ook creatief geïnspireerd en uitgedaagd wordt door het verleden. Daarmee kun je opnieuw naar je eigen heden en zo bouw je verder op de schouders van anderen.”