.

Ridderorde voor Jan Jaap Kassies: deskundig, gepassioneerd en bescheiden collectiespecialist bladmuziek

Op dinsdag 26 april ontvingen 49 bijzondere individuen namens de Koning een lintje in het Concertgebouw in Amsterdam. Jan Jaap Kassies, collectiespecialist bladmuziek bij Stichting Omroep Muziek (SOM), was één van de 49 geëerden. Hoe is het om jezelf Ridder in de Orde van Oranje-Nassau te mogen noemen? En hoe draagt je werk bij aan het Nederlands muzikaal erfgoed? Wij spraken Jan Jaap over dit bijzondere moment.

Concertgebouw

“Mijn zwager heeft mij opgegeven voor het lintje en ook mijn vriendin, zus en collega’s waren betrokken bij het complot. Ze hebben het echt zo goed gedaan, ik heb er tot de ochtend zelf van werkelijk niemand iets over gehoord!” aldus Jan Jaap over hoe hij is opgegeven voor deze mooie waardering. Maar dinsdagochtend 26 april moest Jan Jaap dan toch echt op de hoogte worden gebracht. Zijn vriendin, Lieke, overhandigde hem een brief en langzaam maar zeker drong het tot hem door: “dit is geen grap, ik moet echt naar het Concertgebouw.” Burgemeester Femke Halsema sprak alle decorandi persoonlijk toe bij de uitreiking en vatte zo ook het waardevolle werk van Jan Jaap voor het Nederlands muzikaal erfgoed mooi samen: 

“Toen de subsidies van de Muziekbibliotheek van de Omroep werden stopgezet en mensen hun baan kwijtraakten, bent u gewoon blijven komen. U besloot het werk dan maar grotendeels onbetaald te gaan doen. En dat was voor u niet echt een keuze. De collectie was eenvoudigweg te waardevol en het werk te belangrijk. En zo kon het gebeuren dat wat anderen er ook over te zeggen hadden u zich al 33 jaar ontfermt over deze unieke collectie door deze te onderhouden en ontsluiten. De collectie is één van de grootste van Europa en bevat zeer divers repertoire vanaf de prille jaren van de Nederlandse Omroep tot nu; cultureel erfgoed in optima forma.[…] Het is maar een greep uit de vele werkzaamheden die u als deskundig, gepassioneerd en ook zeer bescheiden muziekarchivaris heeft gedaan.”

— Burgemeester Femke Halsema

Elmo Carter of toch Louis Andriessen?

Jan Jaap loopt al sinds 1987 rond bij de omroep in Hilversum. Als collectiespecialist bladmuziek ontfermt Jan Jaap zich over de muziek die de omroep sinds de jaren twintig heeft verzameld ten behoeve van de radio en later ook TV. “Alle bladmuziek, aangeschaft of speciaal geschreven en gearrangeerd, is hier nog steeds aanwezig. Er wordt maar een klein deel nog actief gebruikt en de rest is erfgoedmateriaal.” vertelt Jan Jaap. Tijdens zijn vaak solitaire wandelroutes door de kelders van het Muziekcentrum voor de Omroep (MCO), waar de collectie van SOM wordt bewaard, komt Jan Jaap van alles tegen. Van hoorspelen uit 1935 tot ‘gekke’ moderne stukken uit de jaren zestig. “Een paar maanden geleden is er een stuk van Louis Andriessen opgedoken. Ik dacht hé? Elmo Carter, wie is dat? Dat bleek dus een pseudoniem van Louis Andriessen te zijn en dat is dan toch heel leuk als je dat in je handen krijgt.” 

Andriessen is ook één van de onderwerpen die aan bod zijn gekomen in de podcastserie Hilversumse Muziekschatten. Twee jaar geleden in corona-tijd “begon de omroep zich af te vragen hoe alternatieven konden worden gevonden voor de activiteiten die geen doorgang konden vinden. Toen hebben Frans van Gurp van de NTR en ik bedacht dat we de muziek uit onze collectie opnieuw konden laten uitvoeren door het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor. Die uitvoeringen behoren dus tot de podcastserie en die gaan we hopelijk ver na corona-tijd ook voortzetten.” vertelt Jan Jaap. 

Muziekschatten in de kelders en online

De collectie waar Jan Jaap zorg voor draagt is niet alleen in de kelders van het MCO te vinden. Samen met collega Eric van Balkum digitaliseert Jan Jaap de stukken, zodat deze ook op de website Muziekschatten beschikbaar zijn voor het brede publiek. “Eric en ik zijn sinds een paar weken begonnen met het digitaliseren van de populaire liedjes uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Het zijn vaak ook handgeschreven liedjes die waarschijnlijk maar één keer op de radio te horen zijn geweest. Die scannen we allemaal en zetten we dan op de website.” Jan Jaap schat dat zo’n 12% van de gehele collectie nu op Muziekschatten te doorzoeken en te downloaden is. “We moeten dus nog een hele hoop digitaliseren, maar met de kennis van Eric over de techniek en de databases moet dat zeker lukken!”

Het mooiste aan het ontvangen van het lintje voor Jan Jaap is niet alleen de enorme eer, maar vooral dat zijn werk, en daarmee de collectie, alsmaar meer wordt opgemerkt. “Steeds meer mensen weten de weg te vinden naar de online collectie op Muziekschatten.” Op de vraag of de stijgende lijn van abonnees op Muziekschatten een direct gevolg is van de digitaliseringsprojecten van Jan Jaap en Eric antwoordt Jan Jaap het volgende: “Dat heeft er zeker direct mee te maken. De digitale collectie, vooral de klassieke stukken, is erg goed gecatalogiseerd waardoor als je iets op Google intikt je al gauw op onze site terechtkomt. Dat is niet alleen in Nederland het geval, we zien ook steeds meer abonnees uit België, Duitsland, Finland, noem maar op.”

Het podiumkunst-netwerk ontdekken

Voor Podiumkunst.net is Jan Jaap ook druk bezig met de digitalisering rondom de projecten Louis Andriessen, de Nederlandse Bachvereniging en het Nederlands Jazz Archief (NJA). De verscheidenheid aan projecten bij Podiumkunst.net én het brede netwerk van instellingen vindt Jan Jaap zeer waardevol voor het behoud van ons Nederlands podiumkunst-erfgoed: “Podiumkunst.net is letterlijk een podium om instellingen meer bij elkaar te brengen. Ik vind het zelf heel leuk om bij andere instellingen te kijken naar wat zij hebben en hoe we dat samen in iets kunnen laten resulteren. Of dat nou met het Allard Pierson, Beeld & Geluid of het Nederlands Muziek Instituut is.” 

Vooral het NJA en SOM/Muziekschatten weten elkaar sinds een tijd goed te vinden. “Het NJA heeft nu goed in het vizier wat wij aan jazzmuziek in de collectie hebben en als ik dan weer boven kom met een nieuwe ontdekking kan ik heel gemakkelijk met het NJA overleggen wat we ermee kunnen doen. Ik kom uiteraard niet ieder uur met een ontdekking naar boven, maar het geeft toch wel een stimulans om door te gaan nu steeds meer mensen er gebruik van maken.” Tot zijn volgende ontdekking kan Jan Jaap in ieder geval nagenieten van de enorme eer van het ridderschap. En als hij weer even een stimulans nodig heeft om door te gaan, werpt hij een blik op het lintje dat ereplaats heeft op de zwarte piano bij hem thuis. 

door Laura Schotte