.

Dans-, theater- en muziekevenementen: De verschillen en overeenkomsten in één metadata-model

Verschillende podiumkunstcollecties bevatten materialen en/of informatie rondom evenementen, zoals voorstellingen, concerten, festivals of uitzendingen. Om te zorgen dat instellingen deze evenementen op een uniforme manier modelleren, heeft de Werkgroep RDA Evenementen een entiteitenmodel en voorbeeldmappings op RDA uitgewerkt, op basis van een aantal casussen. De werkgroep heeft gekeken naar de casussen Theaterpremières (Allard Pierson), De Nederlandse Dansdagen, Muziekschatten en Muziekweb.

Beeld: Danny Howe via Unsplash

Samenhangende entiteiten

Vanuit de verschillende casussen kan een generiek entiteitenmodel worden gedestilleerd, waarin ze generieke kernentiteiten in onderlinge samenhang zijn gebracht. Deze kernentiteiten zijn in elk van de door de werkgroep bekeken casussen te herkennen en zijn:

  1. (Niveau: Werk) Stuk: “Een uitvoerbaar literair, muzikaal, theatraal of ander creatief werk”
  2. (Niveau: Werk) Productieprogramma: “Een programma waarin één of meer stukken centraal staan, met een directe relatie tussen het programma en de stukken”.
  3. (Niveau: Werk) Evenementprogramma: “Een programma waarin één of meer uitvoeringen centraal staan. De relatie met stukken loopt indirect, via deze uitvoeringen
  4. (Niveau: Expressie) Uitvoering: “De uitvoering van een stuk op een bepaald moment op een bepaalde plaats”.
  5. (Niveau: Expressie) Productieprogrammauitvoering: “Een reeks quasi-identieke uitvoeringen van hetzelfde stuk of dezelfde verzameling stukken”.
  6. (Niveau: Expressie) Evenementprogrammauitvoering: “Een verzameling uitvoeringen in een bepaalde volgorde”.

Implicaties voor het Podiumkunst.net Applicatieprofiel

Uit de verschillende casussen die door de werkgroep zijn bekeken, en waaruit het generieke entiteitenmodel is gedestilleerd, is duidelijk zichtbaar dat alle uitvoeringen c.q. evenementen zich op expressieniveau bevinden. Het generieke entiteitenmodel helpt om evenementen in RDA en in de WEMI-structuur te positioneren. Er is dus door de werkgroep een eenduidige manier gevonden om evenementen in RDA onder te brengen.

De werkgroep heeft veel profijt gehad van het redeneren vanuit entiteiten als brug tussen de concepten uit RDA en een domeinvocabulaire die aansluit bij begrippen die voor de podiumkunsten herkenbaar zijn. Ten aanzien van het applicatieprofiel is de conclusie dat een applicatieprofiel met (daarbij) eigen labels of podiumkunst-specifieke terminologie en bijbehorende instructies noodzakelijk is.

Een gewenste uitbreiding van het applicatieprofiel is een standaardwijze om de volgorde te specificeren van vastgelegde expressies op een CD, van dansen in een dansprogramma, van muziekstukken tijdens een concert, etc.

Vervolgstappen

De werkgroep ziet een aantal stappen als logisch vervolg op haar werk:

  • Het bijwerken van het al eerder gepubliceerde Zeemaal-voorbeeld (met de kennis die we nu hebben van de verschillende soorten entiteiten);
  • Het publiceren van de uitgewerkte voorbeelden en entiteitenmodellen vanuit de verschillende casussen, analoog aan het eerder gepubliceerde Zeemaal-voorbeeld;
  • Het aanbrengen van een link vanaf het applicatieprofiel naar de entiteitenmodellen in de Podiumkunst-wiki met daarbij een uitleg over de vertaalslag tussen entiteitenmodel en applicatieprofiel;
  • Het zorgen dat de validaties van alle voorbeelduitwerkingen slagen. Hiermee ontstaat een wisselwerking tussen (de specificatie van) het applicatieprofiel en de voorbeelduitwerkingen waardoor voor beide de kwaliteit toeneemt.

Om het applicatieprofiel verder aan te laten sluiten op de domeinvocabulaire van de podiumkunsten is een controlled vocabulary nodig – liefst met zowel een Nederlandstalig als Engelstalig lemma en een bepaalde hiërarchie: we hebben ‘festival’ maar daaronder ook ‘dansfestival’, ’theaterfestival’, etc. Op basis van die vocabulaire kunnen dan ook specifieke validaties gemaakt worden waarmee invulling gegeven wordt aan de gewenste nuancering in het applicatieprofiel.

Mede naar aanleiding van de bevindingen uit de Muziekweb-casus is het advies om – parallel aan bovenstaande vervolgstappen – een verdere verkenning uit te voeren naar de wijze waarop de relaties tussen ‘uitvoering’ en ‘uitvoerende’ inclusief de bijbehorende rollen het best kan worden vastgelegd.

De werkgroep bestaat uit linked data- en metadatspecialisten van Triply, de RDA Steering Committee, ArchiXL, Muziekschatten, de Nederlandse Dansdagen, de Theatercollectie UvA en Podiumkunst.net.

door Mirjam Verloop